Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

De andere Godsdiensten in vergelijking met het Christendom.

§ 16. De hoofddenkbeelden van het Christendom.

Bij de waardeering van een godsdienst moet worden gevraagd, vooral naar wat de Hoogste Macht geacht wordt van den mensch te eischen, en naar wat Zij geoordeeld wordt te willen schenken.

Zooals vroeger bleek (vgl. § 3—5), heeft God volgens het Christendom alle menschen lief. Terwijl Hij trouw voor hen zorgt in alle opzichten, wil Hij hun als het hoogste geven „goede gaven", hetgeen zeggen wil, dat Hij hen opleiden zal bovenal tot reinheid van hart, tot liefde voor Hem en voor elkander. Dus legt God ook aan den mensch op, dat ieder er naar zal streven, Hem en andere menschen lief te hebben.

Omdat alle menschen daartoe kunnen komen, heeft ieder zonder onderscheid van afkomst of geslacht waarde.

Dit is alles zeer heerlijk gezegd.

Voortreffelijk is de prediking, dat God door geene uitwendige handelingen, welke een mensch immers gedachteloos kan verrichten, wordt gediend. Ook die, dat geestelijke ontwikkeling, bovenal meerdere

3

Sluiten