Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In „Levenslicht uit vroeger eeuwen" uitnemende uitspraken uit de heilige boeken der Chineezen (Kings e. a.) o.a. no. 80 v., 87, 89—93, 102, 105, 107, 110, 113, 116 v., .133, 135, 146, 162; — uit die der Indiërs (Veda's; Wetboek van Manü e. a.) 1 v., 5 v., 8 v., 11 v., 14, 20 v., 27, 30—40, 45— 49, 51, 55 v., — uit die der Egyptenaren (Doodenboek e. a.* 166—172; uit die der Perzen (Avesta) 178, 181; — uit Babyion 173; — van Grieken 207,209—213, 223—225, 229; van Romeinen 258 vv., 268 vv., 297,303—305; — uit Germaansche liederen 182, 184—190,193,200 -203.

Wat begeerde men in den beginne van de goden, en wat vereerde men destijds ?

Hoe is men daarna, wat godsdienstig inzicht betreft, vooruitgegaan?

Welke volken waren vóór en ten tijde van Jezus reeds veel vooruitgegaan?

Welk inzicht ontbrak echter nog, en waarom munt het Christendom verre uit?

B. Het Boeddhisme.

§ 18. Stichting en uitbreiding van het Boeddhisme.

Ongeveer 5 eeuwen vóór C. is in Indië door iemand van vorstelijke afkomst, met name Gotama, een godsdienst gesticht, het Boeddhisme genaamd naar Boeddha (d. i. de Verlichte), een der eeretitels, die zijne aanhangers aan hun meester gaven.

Van hem wordt verhaald dat hij, levende aan zijns vaders hof, zich niet bevredigd gevoelde door de hem omringende weelde en genietingen. Op een keer werd hij van de onwaarde der uitwendige dingen overtuigd, toen hij achtereenvolgens een grijsaard, een zieke, een begrafenisstoet ontmoette.

Sluiten