Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles afhankelijk is, heeft hij zich niet willen ophouden en zich daarover nooit uitgelaten.

Hij hield evenals zijn landgenooten vast aan de aloude beschouwing van het tot op dien tijd heerschende Brahmanisme, dat lijden onvermijdelijk verbonden is aan het bestaan van den mensch. Het lijden zou eerst ophouden, wanneer 's menschen ziel weer vervloeide in de algemeene wereldziel, waarvan zij was uitgegaan, en dus ophield afzonderlijk te bestaan.

Opdat dit geschiede, is volgens Boeddha noodig dat alle begeeren wordt gedood. De mensch moet zich derhalve oefenen in het onderdrukken daarvan, waartoe hij ook vooral de nietigheid van al het aardsche moet overpeinzen (vgl. vor. §).

Niet in één leven kan de mensch het doel bereiken. Zoolang hij het niet heeft bereikt, wordt hij opnieuw geboren, telkens in eene andere gedaante (zielsverhuizing). Bij het begin van ieder volgend leven is in hem zooveel begeeren, als nog in hem was aan het einde van het vorige, hetgeen dan vernieuwd lijden ten gevolge heeft. Zoo gaat het voort, tot hij het begeeren ten volle heeft afgelegd en dus tot het niet-zijn (het Nirwana) komt.

Dit streven om alle begeeren af te leggen, moet uit den aard der zaak ten gevolge hebben nederigheid, tevredenheid, eerlijkheid, kuischheid, zachtmoedigheid, welwillendheid jegens alle schepselen. De betrachting van dit alles wordt door het Boeddhisme aanbevolen als de hoogste deugd.

De Boeddha werd geacht, op aarde te hebben verkeerd als de volmaakte Leeraar en Leidsman voor allen. Éénmaal, zoo werd b.v. later van hem ver-

Sluiten