Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— o. den ontzenuwenden invloed van het B. blz. 111 vv. (en 45 vv.); — o. de latere meening aangaande Boeddha blz. 14 v.

Welken invloed heeft het Boeddhisme geoefend in de landen, waar het aangenomen is?

Waarvan hebben zijne aanhangers zich bij hunne pogingen" om het te verbreiden, steeds onthouden ?

Wat heeft het Christendom met het B. gemeen, en wat heeft het eerste boven het laatste voor?

Wat is vooral een groot gebrek in het B. ?

Waarvoor hebben de aanhangers van Boeddha dezen later zelf gehouden ?

C. Het Mohammedanisme. § 21. Stichting en uitbreiding van het Mohammedanisme.

Onder de Arabische stammen, bij wie destijds het aloude geloof aan één oppermachtig God en aan vele lagere goden, waarvan ieder stam de zijne vereerde, weinig invloed meer oefende, trad omstreeks 600 n. C. als godsdienststichter op Abü-'lKasim, bijgen. Mohammed (d. i. de Geprezene). Hij was oorspronkelijk een onbemiddeld handelaar en iemand van een dwepende natuur. Door visioenen en droomen, die hij had bij toevallen waaraan hij leed, openbaarde God hem, naar hij meende, dat hij zijnen * landgenooten moest prediken het geloof in één God, die gediend moest worden door het aannemen van den Islam (d. i. den waren godsdienst; vandaar Moslims), voorts vooral met gebeden, vasten en milddadigheid.

Aanvankelijk lachte men hem uit. In 6 22

Sluiten