Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vluchtte hij uit zijne vaderstad Mekka, de voornaamste plaats in Arabië, waar de stammen een gemeenschappelijk heiligdom bezaten, naar Medina waar hij bijval vond. Na verloop van tijd, toen zijne macht was toegenomen, keerde hij aan het hoofd van een leger terug, en dwong de bewoners van Mekka, zijne leer aan te nemen en hem als profeet te erkennen. Nu voegden allengs alle Arabische stammen zich bij Mohammed, deels uit vrees, deels uit begeerte naar buit.

De khaliefen (d. i. plaatsvervangers) na M.'s dood legden zich toe, volgens den raad van den profeet zelf, op het bevredigen van die begeerte. Voortdurend werden dus meer volken onderworpen, die dan weldra meest tot het Mohammedanisme overgingen.

Al spoedig breidden zij zoo hunne macht uit over Palestina, Phoenicië, Syrië, Egypte, N.-Afrika en Perzië, later ook over Spanje (711) en Indië (1025).

Toen hunne legers in Frankrijk wilden doordringen, werden zij in 732 door Karei Martel verslagen. Eenigen tijd daarna geraakte het rijk in verschillende deelen gesplitst. In 't Oosten was Perzië met Bagdad (vroeger was Damascus residentie geweest) de voornaamste staat; voorts vormden Egypte en N.-Afrika, en Spanje met Cordova als zetel der regeering, afzonderlijke rijken.

In 't midden der llde eeuw verkregen in't Oosten de Turken de overhand over de Arabieren. Overlast, toen ondervonden door Christenpelgrims die bedevaarten deden naar Jeruzalem, gaf tusschen 1096 en 1270 aanleiding tot een zevental „kruistochten", welke niet tot het doel leidden.

Sluiten