Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al is 't ook half in nachtgewaad. Men neemt zijn luchtbad onbespied, Men is hier vrij — daar ginder niet.

Wat drok gewoel langs markt en grachten,

Als 't in de stad weêr ochtend heet! Wie daar eens ronddoolt in gedachten,

Hij wordt gestooten eer hij 't weet.

't Is hier in veld en bosschen stil;

Men mag er mijmren waar men wil.

Daar ginder — ach, wat kinderspelen!

Wat klatergoud van geen waardij! Men bouwt er zalen en tooneelen,

Men geeft er zang- en danspartij:

Wij hebben hier ter aller uur

Concert en schouwburg der natuur.

Wat is hij wijs, die zelf mogt kiezen, En 't lieve land ter woning koos!

Wie willens in de stad verkniezen, Wat zijn ze dwaas en hersenloos! 't Is schooner toch wat God ons geeft, Dan wat de mensch geknutseld heeft.

Sluiten