Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontelbaar is dat schepslen tal En niet te noemen bij de namen, En toch Hij wrocht hen al te zamen,

De onzigtbre Vormer van 't heelal.

En wij — hoe nietig, hoe gering — Wij zijn het, die Hem Vader heet en; Wij zijn op aard ten troon gezeten

Van alles wat bestaan ontving.

Ziet, kindren! wie het ooit vergeet, Het voorregt hem van God geschonken. Hij is tot naast het dier gezonken,

Dat ge in het stof met voeten treedt.

Sluiten