Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En de engel, die den last ontving, Streek wapprend uit de hemelhoven; Hij greep het, toen het slapen ging, En 't weesje was een hemelling, Toen 't wakker werd daar boven.

Nu blinkt het in nog schooner kleed, Dan hier de koningskindren dragen; Nu vindt het daar een disch gereed, Waaraan het beter spijzen eet, Dan we ooit op aarde zagen.

En als het neêrblikt van omhoog Op al het flikkrend stofgewemel, Dan zegt het met een lach in 't oog: //Hoe rijk de wereld wezen moog', * Veel rijker is de hemel.»

Sluiten