Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOD IN DE NATUUR.

Wie weet de wondren aan te wijzen,

Die Gij, o Almagt! schiept? Wie waagt, Oneindige! U te prijzen

Voor wat Ge in 't aanzijn riept? Ontelbaar zijn ze — niet te noemen,

De werken van Uw hand, De velden, die Gij zaait met bloemen,

De wouden, die Gij plant.

Ontelbaar zijn ze — niet te malen,

In vorm noeh vederdos, De vooglen van gebergte en dalen,

Die schaatren door het bosch. Ontelbaar is in lucht en stroomen

't Geschaapne, dat er leeft; 't Is talloos als het zand der zoomen,

Wat Gij het aanzijn geeft.

Sluiten