Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar bij 't gebloemte en 't geurig kruid, Dat we op uw blijden hoogtijd plengen, Heeft elk van ons iets méér te brengen,

Doch stem noch woorden drukken 't uit: Hij, Hij nogtans, wien niets ontgaat, Hij weet, wat in ons binnenst slaat.

Neemt, eedlen, ons zoo gul en goed, Wier zorg wij nooit naar waarde prezen! Neemt niets dan bloemen van de weezen, Die gij als ouders leidt en hoedt: Hoe nietig hun geschenk ook schijn', Het kostbaarst ook zou nietig zijn.

Wij bidden, als wij slapen gaan, Wij bidden, als wij weer ontwaken, Dat God voor ons moog' effen maken,

Wat we allen bij U schuldig staan;

Maar heden baden hart en stem

Nog vuriger dan ooit tot Hem.

Sluiten