Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"niet in den strijd, maar bleef een bedaard toeschouwer. De "zaak had mij niet verrast zoo als anderen; ik had het werk "in mijne onmiddellijke nabijheid zien ontstaan en overvloe"dige gelegenheid gehad daarover met den auteur van gedachten te wisselen. Maar bovendien zou het mij destijds nog "niet mogelijk zijn geweest voor of tegen dit werk op te tre"den, daar ik het onderwerp nog niet met de vereischte zorg "had bestudeerd."

Zoo sprak , zoo handelde hij, die zeker reeds destijds beter dan iemand in staat was over questiën als de bedoelde te oordeelen. Terwijl allerlei onwetende en onbevoegde getuigen de loftrompet staken of den staf braken over Strausz en zijn boek, zweeg hij, die de schriften des N. T., gelijk niemand vóór hem met het door de historische kritiek gewapend oog had gelezen en hare betrekkelijke waarde als documenten uit de christelijke oudheid beter dan eenig ander theoloog had leeren schatten!

Wij behoeven er geen oogenblik aan te twijfelen, aan welke zijde Baur's sympathie zal geweest zijn. Toch heeft hij het niet geraden geoordeeld, het gewicht zijner volledige goedkeuring te hechten aan dit boek, welks verschijning zooveel bekommering wekte in alle niet anti-kerkelijke kringen en den schrijver voor altijd zijne academische betrekking deed verliezen. Zouden wij hier moeten denken aan onmannelijke halfheid, die liever den vriend verloochent, dan in het openbaar te breken met het kerkelijk geloof, dat men intusschen voor «ioïizelf reeds heeft prijs gegeven? Is dit misschien de verdienste, die Baur heeft ten aanzien Van de kerk, dat hij voor haar zijne overtuiging heeft verkracht en zijn vriend verraden ? Neen, waarlijk. Daarvan kan geen sprake zijn. Waardig en moedig heeft Baur gestreden voor zijn leerling en vriend, toen men hem met andere dan wetenschappelijke wapenen kwam aanranden. Maar voor het overige was het toch zeker niet alleen uit een streng wetenschappelijken zin, maar ook uit een soort, natuurlijk een zeer edel soort van kerkelijk conservatisme, dat hij zich onthield van al te luide teekenen van goedkeuring op den arbeid van Strausz. Veel te degelijk om belust te kunnen zijn op een deel van de glorie, aan zijn leerling door de mannen van den vooruitgang toegebracht; veel te argeloos om hem te benijden van wege den inderdaad verbazenden indruk dien zijn "Leben Jesu" maakte, waren het

Sluiten