Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander in menig opzicht zoo gelukkig aanvullen, te bekroonen en in het licht te geven.

Een vluchtige blik op den inhoud der beide verhandelingen zal voldoende zijn het gezegde toe te lichten.

Na een zeer korte inleiding, waarin het onthaal wordt geschetst, dat Baur's optreden in de theologische wereld vond en het belang van de uitgeschreven prijsvraag wordt aangetoond, wijdt de schrijver der eerst verschenen verhandeling, W. Scheffer, twee hoofdstukken van zeer ongelijken omvang aan zijn eigenlijk onderwerp. In het eerste, dat het opschrift draagt: Baur en de theologische beweging van zijnen tijd, verkrijgt de lezer eenige raededeelingen omtrent de oude Tübingsche school, den invloed dien Schleiermacher op de beoefening der theologie te Tübingen had, het optreden van Baur als hoogleeraar aldaar en zijne verhouding tot Hegel. Hit alles wordt in weinige bladzijden, afgedaan en is klaarblijkelijk alleen bestemd om tot nadere inleiding te dienen voor het eigenlijke onderwerp, dat in liet tweede deel wordt behandeld: Baur's werkzaamheid op theologisch gebied. Hier worden we achtereenvolgens bezig gehouden, 1°. met de eerstelingen van Baur's theologische werkzaamheid; — hier komt vooral zijne Symbolik und Mythologie van 1824, een voor dien tijd merkwaardige proeve van vergelijkende godsdienststudie, ter sprake; — 2°. met het punt van uitgang voor Baur's nieuwe theologische studiën; — bedoeld wordt geenszins, gelijk men ligt zou vermoeden, het philosophisch standpunt door Baur ingenomen, of wel de opvatting van godsdienst en christendom in het algemeen, neen: eenvoudig zijne eerste detailonderzoekingen en monografieën over het oorspronkelijke christendom, met name de hoofdrichtingen en partijen — Petriners en Pauliners, Joden- en Heidenchristenen — welke in de aloude gemeente zich voordeden; —3°. met Baur's onderzoekingen over

de oudste literatuur des Christendoms; een

overzicht van 't geen Baur als resultaat over den oorsprong en het karakter der verschillende Christelijke geschriften, zoowel in als buiten den kanon des N. T. heeft meegedeeld; — 4°. met zijne denkbeelden over de inleiding in het N. T. als wetenschap; — het vraagstuk over de inleiding wordt hier van de methodologisch encyclopaedische zijde beschouwd; — 5°. met hetgeen Baur over kerkgeschiede-

2*

Sluiten