Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon des noods de onechtheid worden toegegeven van een enkel boek als de Openbaring van Johannes, waarmede men toch met veel wist uit te voeren, den brief van Judas of den 2^n van Petrus, waaraan men evenmin veel stichting kon ontleenen. Maar dat waren dan ook niet meer dan concessies. Als het er op aankwam, zoo dachten de meesten, zou men ook dezen wel kunnen handhaven. Men gaf de mogelijke onechtheid toe, omdat men van den last van het betoog, waarmede toch niet veel gewonnen kon worden, wilde ontslagen zijn. Stonden er hoogere belangen op het spel, dan was men onwrikbaar. Gold het de feiten uit het leven van Jezus, de bewijzen zijner goddelijkheid, zijne zondeloosheid, zijn wonderen, zijn kennis van de toekomst, zijn opstanding, hiervan mocht niets worden prijs gegeven. Immers hier had men te doen met bestanddeelen voor het christengeloof onmisbaar. De echtheid der evangelische verhalen te betwijfelen, het zou hebben gelijk gestaan met een vergrijp tegen het goddelijke. Trouwens - hoe kon het ook in iemand opkomen, aan zulk dwaze gedachte toe te geven! Verbeeld u! In een tijd als die der apostelen, toen het kwaadspreken van Christus noodig was om ongehinderd door de wereld te komen, zullen er lieden zijn geweest, die er genoegen in vonden om goede en goddelijke dingen van Jezus te gaan verdichten! En dan: wat geniale verdichters moeten dat geweest zijn, die obscure personen, wier namen zelfs ons onbekend zijn gebleven! Hoe zouden ze ook geloof hebben gevonden, in een tijd, dat een ieder hun verhalen kon verifiëren? Neen, neen. Alleen als men den veiligen weg des geloofs verlaat, en aan de leiding der wereldsche kritiek zich overgeeft, vervalt men tot het aannemen van al die ongerijmdheden. De ware wetenschap, de bescheiden kritiek, die zich niet aanmatigt te beoordeelen wat buiten hare bevoegdheid ligt, maar binnen de haar gestelde grenzen haar plicht doet, zal aan het geloof nooit afbreuk doen.

Om het met een enkel woord te zeggen: de oude theologie leefde van excepties. Van het oogenblik dat gij het beroemd of berucht geworden "kritiekste" binnen het gebied der wetenschappelijke controle plaatst, sterft zij, en alle hoop op herleving is afgesneden. Geen wonder dat, toen de moderne school hare batterijen gedemaskeerd had, en het bleek dat zij hare stukken — en juist niet die van het minste ka-

Sluiten