Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zij zal wederom één zijn in den grooten dag der toekomst, als de aarde vol zal zijn van de kennisse des Heeren, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. Nu echter is die kerk in verscheidene deelen verdeeld, van welke echter de Ropmsch-Catholieke en de Herformde kerk de beide hoofddeelen heeten mogen. Zooals gij weet, Eerwaardige Grijsaard! had vroeger hetzelfde plaats in de kerke Israëls. Door aller zonden was zij in twee deelen verdeeld: Het rijk der tien stammen en het rijk van Juda. Wat lezen wij nu echter bij den Profeet EzecHiël (Hoofdstuk XXXVII, vs. 16 en 17)? De Profeet moest twee houten nemen .... op het ééne moest hij schrijven: »Voor Juda en de kinderen Israëls, zijne medgezellen," en op het andere: /,Voor Jozef, het hout van Errata en het gansche huis Israëls, zijne medgezellen." Die twee houten moest hij vervolgens tot elkander doen naderen, opdat zij in zijne hand wederom tot één eenig hout worden zouden. Wat hebben nu echter alle deze dingen te beteekenen? Is dit alles geene type ook der Christelijke kerk en harer verdeeling in twee groote deelen, doch ook eene troostvolle type der toekomstige eenheid.... eene profetie, die te kennen geeft, dat een voortdurende twist en afscheiding in de kerke Gods onmogelijk bestaan kan ? Doch wat is er nu te doen, opdat op die wijze het koningrijk der hemelen, het rijk van volkomen vrede en onoplosbare éénheid komen moge? De type door Ezechiël voorgesteld, wekt de Christenen op om niet langer van elkander zoo afkeerig te zijn; derhalve voegt het niet alleen ons om tot de Roomsch-Catholieke kerk, doch ook ulieden om tot de Herformde kerk meer nabij te komen. Hoe echter kunnen deze dingen geschieden? Naar het mij voorkomt, door opwekking en toenadering van weêrszijden, - en door allereerst als met een eenparig gemoed de zonden en de dwalingen te beweenen, die van weêrszijden begaan zijn en nog begaan worden. Volgens uw brief echter schijnt het wel, dat van de zijde der Roomsch-Catholieke kerk niets anders noodig zou wezen, dan de vermaning: „Keert weder, gij afkeerige kinderen!

Sluiten