Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria als Koningin vereerende. Inderdaad toch als Koningindes hemels zelfs wordt de gezegende maagd Maria door ulieden vereerd en gehuldigd. De geloovigen roepen in de litaniën haar aan als Koningin der Engelen, Koningin der Patriarchen (die nu toch in den hemel zijn, niet waar?), Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren... ja zelfs (mijne pen weigert bijna het neêr te schrijven) als Deur des hemels 1 Christus zelf dwaalde derhalve toen hij zich in Joh. X de Deur noemde, en er bijvoegde dat hij, die ■ langs een anderen weg binnengaat, dief is en moordenaar; of men moet stellen dat én' de Kerk in den hemel, én de Kerk op aarde twee deuren heeft: Christus en Maria. Maar als dat het geval is, zeg mij dan*Opperherder op aarde! welke deur opent dan de deurwachter Petrus voor den een, en welke voor den ander?

Opent hij misschien voor 4e mannelijke schapen de deur genaamd Christus en voor de vrouwelijke de deur genaamd Maria? Met den heiligen Paulus ben ik evenwel altijd van meening geweest, dat in Christus en dus ook in het Christendom , in de Christelijke Kerk, geen man is of vrouw, doch dat allen in* Hem één en gelijk zijn — ja met Christus zelf meende ik dat de zaligen in den hemel noch trouwen noch ten huwelijk gegeven worden, doch als Engelen Gods in den hemel zijn.

Eindelijk noemt gij de gezegende Maria ook Koningin op aarde. Ook dit toch lijdt geen twijfel. De geloovigen roepen haar aan in de litaniën als: De behoudenis der kranken, de toevlugt der zondaren, de troost der bedrukten, de hulp der Christenen .... ja zelfs de zeelieden zich in gevaar bevindende mógen haar als Noord- of Zeester, de krijgslieden haar als Elpenbeenen Toren in den gebede aanroepen, en de tuiniers haar als de Verborgen Roos vereeren. Maar ik bid u, o Eerwaardige Grijze! wat geeft dit alles nu te denken? Immers.als zulk eene Maria inderdaad bestaat, dan heb ik geen Christus meer noodig, die voor mij tusschentreedt bij God ... Ja, ik ga eene schrede verder . . . dan heb ik zelfs geen God meer noodig in den hemel, geen Vader van

Sluiten