Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tributen des Zoons zijn, eveneens aan Maria, de moeder der kerk toekent? Is dan die Vader wel iets anders (men vergeve mij de uitdrukking) dan de Saturnus of liever nog de Uranus der oude Romeinen — het begin, doch niet de voortgang en het einde, de Alpha doch niet de Omega, de eerste doch niet de laatste? Omdat gij aan Maria nog geen Voorbestaan, geen Eeuwigheid en geen Bestaan uit en door zich zeiven hebt toegekend, zoo hebt gij een Vader noodig doch alleen om een begin te hebben. De Vader heeft een aanvang gemaakt en is nu zelf werkeloos een werkelooze

God (derhalve aoo al niet de Athéïsten, dan zijn hier toch de zoogenaamde Deïsten in hun regt.) Indien mij toch niet alles bedriegt, dan is voor u de Vader het begin, de Zoon de voortzetting, Maria de voleindiging. De Vader heeft na Mozes en de profeten, in de volheid des tijds, der kerke den Zoon gegeven, en die Zoon gaf in de doodsure aan de kerk zijne Moeder. Die Moeder treedt nu bij haren Zoon voor het menschdom tusschen beiden — de Zoon, dien men eerst als Middelaar huldigde, is dus nu zoo goed als de Vader geworden — en de Almagtige Vader werd een werkelooze, ledig zijnde God. Och, of dit nog maar uwe leer ware...! 't zou voorwaar wel geen ware leer zijn, maar toch nog eene betere, dan die gij nu hebt. Helaas toch, Maria is niet alleen geworden Middelares tusschen haren Zoon en de menschheid, maar zij is tot Godin, tot Voorzienigheid, tot 0rgaan des H. Geestes, tot wat niet al verheven. . . daar rest niets meer, noch voor den Vader, noch voor den Zoon, noch voor den H. Geest. . . wij hebben niet meer een God boven ons, een God tot ons en een God in ons, doch Maria is geworden alles in allen, Maria is boven ons, tot ons en in ons. . . Maria voorziet voor allen. Eigëntlijk treedt Maria niet voor ons tusschen bij Christus, doch Christus bij Maria. Maria heeft door Christus de wereld behouden; alle RoomschCatholieke tongen begroeten, aanbidden en danken haar daarvoor om het zeerst. Daar ontbreekt niets meer aan, Eerwaardige Grijsaard! dan dat gij aan het dogma der onbevlekte ontvangenis nu nog maar een dogma toevoegt, dat

Sluiten