Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals het verhelderd geloofsoog des Christens, die vast en zeker te gemoet ziet — vestigde ik de aandacht op de Classieke plaats bij den Profeet Ezechiël (Hs. XXXVII vs. 16 en 17) als van dat alles reeds profetisch en typisch getuigende, zijnde ook in dit, gelijk in elk opzigt, naar ik meen, de kerk onder het Oude Verbond type en voorafschaduwing der kerk onder de Nieuwe Bedeeling. Reeds vroeger was dit bij zekere gelegenheid door mij in verschillende weekbladen aangemerkt, doeh was toen sommigen voorgekomen wat al te kras te zijn, en niet bewezen als op onze bedeeling betrekking hebbende. En ziet nu, wat gebeurt? Ik herhaal mijne stelling in mijn brief aan Pius IX, als onmiddelijk op de tweede bladzijde — die brief ziet half September 1869 het licht — en tot mijne onuitsprekelijke vreugde lees ik reeds 24 November van datzelfde jaar als uit den mond van den man, wiens naam thans op aller lippen is, uit den mond van Pater Hyacinthe, geheel en al één en hetzelfde, alleen medegedeeld met een gloed van welsprekenheid en zeggingskracht, waarmede ik het niet had kunnen uitdrukken, 't Was in een brief van dien geloofsheld aan den Heer W. Bacon, Leeraar bij de Protestantsche gemeente te Brooklijn, voorkomende in de Amerikaansche dagbladen dier dagen, en als zoodanig medegedeeld door den Nieuwen Rotterdamschen Courant, in zijn bijvoegsel van bovengemelden datum. De passage uit dien brief, die wij op 't oog hebben, luidt letterlijk als volgt:

„Ik blijf trouw aan mijne Kerk, en zoo ik mijne stem heb doen hooren tegen de buitensporigheden, die haar tot schande zijn en haar ten ondergang schijnen te brengen, kunt gij uit mijn bitter weeklagen nagaan hoe innig ik haar liefheb. Toen Hij, die in alles onze Meester is en ons voorbeeld, de geesselen ter hand heeft genomen tegen de tempelschenders, hebben zijne discipelen zich herinnerd, dat er geschreven staat: *De ijver van uw huis heeft mij verteerd." Ik blijf trouw aan mijne Kerk, maar dit neemt niet weg, dat ik gevoelig ben voor de belangstelling, die men, in andere kerken, voor mijne woorden en daden als Katholiek aan den dag legt.

Sluiten