Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Algemeene, eenig ware kerk, en dus ook allen Herformden met het oog op een onzalig en twistend weleer. Dus ook niet zóó Lezers ! dat naar de verwachting van vele Gereformeerden alle Roomschen kortaf Gereformeerd zullen worden; of naar de verwachting der meeste Roomschen alle Gereformeerden kortaf Roomsch — dat toch is niet de toenadering van weerszijden door Ezechiël zoo heerlijk gesymboliseerd ... doch zóó dat wij Gereformeerden veel als Christelijk zullen herkennen en terugbegeeren en weêrverkrijgen, wat de aloude eerste Christenkerk bezat, en wat wij nu versmaden èn uit kracht van sleur en gewoonte die zoo magtig, van vooroordeel dat zoo sterk is, èn omdat wij het meestal enkel maar zien in die vaak versteende formen waarin de kerk van Rome het in velen harer theorièn en praktijken behouden heeft... en zoo aan de andere zijde dat Rome met ons tegen veel zal gaan protesteeren en veel zal gaan uitbannen, wat het nu nog meent te moeten behouden als naar hun oordeel, altijd en overal en door allen beleden. In die dagen zal het dus geschieden als men de Roomsche vaak verkeerde praktijk weêr zal gaan onderscheiden van de goede, eeuwig geldende Katholieke idee .... als men protesteerende tegen formen, met die formen ook niet veel van het wezen der zaak zal verwerpen ... als men aan de andere zijde niet in formen eenigerwija zal blijven berusten als men met één woord bij Rome niet langer een

ligchaam zal willen dat niet vol des Geestes is, en bij ons niet langer een Geest die niet overal een goed geordend ligchaam heeft. — In dien geest spreekt ook van zijn standpunt de Hoogleeraar Hofstede de Groot in de laatste bladzijden zijner in menig opzigt zoo uitnemende brochure: Rome en het Evangelie! de laatste bladzijden, zeg ik, die ten titel voeren: Hereeniging der nu geseheidene Christenen. Ds. Brouwer te Zwolle evenwel in Geloof en Vrijheid datzelfde standpunt innemende, noemt toch waar hij mij de eer aandoet mij pleitende voor de eenheid der kerk, in dat opzigt een Cyprianus en Irenaeus onzer dagen te noemen ... noemt toch, zeg ik, dit mijn pleidooij meer dan ooit hope-

Sluiten