Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos. Dat het zulks zelfs op zijn standpunt niet zijn kan, hoop ik later aan te toonen, zoo ook dat dus de naam Krypto-Katholiek (als 't maar nooit is Krypto-Roomsch) mij een groote eernaam is. Maar hoe, zoo vraagt men, zal dit dan eenmaal naar uwe meening plaats hebben? Dat aan te toonen, Lezer! is eerst de taak van het vijfde stukje... hier is nog geen sprake over het hoe, doch alleen maar over het dat. En dat het zal geschieden — dat ook in dezen trots alle magt die zich nog verheft, God eenmaal zijn zetel stichten zal — ziet, dat bewijzen de onfeilbare beloften der H. Schrift, die wij bespraken, dat bewijst het voorbeeld van een Pater Hyaeinthe zelf die al begint te protesteeren, ook waar hij Rome getrouw wil blijven, tegen al wat bij Rome niet waarlijk Katholiek, niet waarlijk één en algemeen is. Komt Lezers! hooren we nogmaals zijne taal in dezen, opdat we met hem de kerk der toekomst leeren gelooven, één en sehoon als die van 't voorleden, maar toch rijker nog door de ervaring van zoo vele eeuwen. Aldus toch schreef de held 20 September 1869 aan den generaal zijner orde, toen hem het prediken belet was, zoo hij niet wilde zwijgen van verdraagzaamheid, en niet wilde eindigen met het betrekkelijk regt van andere geloofsbelijdenissen te erkennen. «Gij wilt (schrijft hij aan den generaal), dat ik óf eene taal zal voeren óf een stilzwijgendheid bewaren, die, de eene zoowel als de andere, met mijn geweten in strijd zouden zijn. Ik aarzel geen oogenblik. Tot het verkondigen eener door een ontvangen voorschrift vervalschte of door achterhoudenheid verminkte leer kan ik den kansel der Notre-Dame niet beklimmen. Ik betuig deswege mijne smart aan den verlichten en moedigen aartsbisschop, welke dien kansel voor mij ontsloten en mij daarop tegen de mensehelijke kwaadwilligheid gehandhaafd heeft, en aan het indrukwekkend gehoor, 't welk mij zijne aandacht, zijne sympathie, ik mag haast zeggen, zijne vriendschap schonk. Ik zou echter onwaardig handelen jegens dat gehoor en dien prelaat, jegens mijn geweten en God, indien ik de rol op mij nam, welke men mij wil opleggen. Door mij teven» uit het klooster te

Sluiten