Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrede heeft, toch ook later weêr zegt dat ik in zooverre goed ben begonnen (getuigende tegenover Mariadienst enz.) doch later naar zijne meening op een verkeerd pad ben voortgehold. Welnu later zullen wij dan ook over dat verkeerde pad nog wel eens een woordje wisselen.

Van den kerkslijken Courant der Herformden kom ik dan nu tot den kerkdijken Courant der Roomsch-Catholieken. Laatstgenoemde leverde den 13den November 1869 van mijne Epistola eene uitvoerige critiek—'eene critiek die ik scherper, bijtender gewacht had, doch die mij trof om den (behoudens kleine uitzonderingen) uiterst humanen toon, en de volledige erkenning mijner goede bedoeling, ook te midden der vele dwalingen, die men mij natuurlijk meende te moeten toekennen. Vooral ook op het gebied der Mariologische studie, kwamen recensent die dwalingen soms al zeei'Wifr-' zonder voor — zoo bijzonder, dat hij er over verbluft was. Ik toch dwaal daar niet alleen zoo als alle Protestanten, in Rome's leer afkeurende, wat toch moest worden goedgekeurd— doch ik dwaal nog erger, want ik dicht Rome zaken toe in de leer, die zij nooit geleerd heeft, noch ooit leeren zal — en moet daarom, ten einde beter onderrigt te worden, naar de Catechezatiebanken der Roomsche kinderen terug. Mijn waarde Recensent! het spijt mij — ik heb uit liefhebberij op, of liever acliter die banken, als student te Leiden, in verschillende Roomsche kerken zoo vg-ak gezeten — anders wist ik er zeker nog minder van .... doch ik moet UEd. nu naar verscheidene andere banken verwijzen. UEd. dient noodzakelijk nog eens naar de banken der Latijnsche school om beter te lezen wat ik in mijn Latijnschen brief aan Pius LX schreef, of naar de banken der Hoogeschool, om wat meer logica te leeren, ten einde een dialectisch vertoog te volgen, of wat meer Moraal, ten einde waar het een andersdenkende geldt, niet' zoo bevooroordeeld, half juist te lezen, en dan maar door te hollen. Waarlijk toch, Gij hebt ook mij verbluft doen staan, en dat wel over mij zeiven, toen ik daar in uwe recensie las, dat ik aan Pius IX het navolgende zou geschreven hebben:

Sluiten