Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nade toe te schrijven, en wel aan de genade door den eenigen Godmensch voor haar verdiend, door de vooruitwerkende kracht van het eenig Offer. Die genade voorkwam de natuur, nam den smet weg, welke ingevolge de afstamming van Adam beloopen moest worden, maar nu om Christus verdiensten feitelijk niet beloopen werd; die genade, en die genade alleen maakte Maria tot de Onbevlekt Ontvangene. En eenmaal aldus ontvangen werd zij later bestemd tot moeder van Gods eenigen Zoon. Echter alwêer volgens de vrije keuze Gods. Maar God koos haar. En verbond aan die keuze al de genade, al de verhevene voorregten, die een zoo verheven moederschap betaamden. Aan engelen had de Vader zijn Zoon niet willen toevertrouwen, aan Maria gaf Hij Hem als kind. En daarmee stond Maria boven de engelen. En daarom noemt haar de Kerk: der Engelen koningin. En Moeder Gods wordt zij genoemd, niet — zooals de heer Smits meent — als zou zij de goddelijke natuur hebben voortgebragt, maar omdat het moederschap in den persoon redundeert, en de persoon dien Maria baarde was een goddelijk persoon, was God. Dat het moederschap op den persoon ziet en niet op de natuur geeft de heer Smits zoo vaak te kennen, zoo vaak als hij het woord „mijne moeder" uitspreekt. De moeder van elk mensch immers is niet de moeder van de ziel, maar van het ligchaam, en toch noemt elk haar, mijne moeder, dat is de moeder van den gèheelen mensch of, juister gezegd, van den menschelijken persoon.

Als koningin der engelen dus, als Moeder Gods, als door God zelf boven allen verheven en geeërd, is Maria ook onze vereering waard en verdient zij die ten volle. Met zooals wederom de heer Smits meent — eene goddelijke eer; maar dezelfde eer die God haar gaf, mogen en moeten ook wij haar geven, dat is, eene eer hoven de engelen, boven al het geschapene, de eer van koningin van hemel en aarde. — Zoo is volgens ons beste weten de leer der Kerk.

Tot dusverre recensent.

Laat ons in ons wederleggen kort zijn... vele woorden zijn na al 't gezegde niet meer noodig of liever alles is eigen-

Sluiten