Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou gaan indien God zelf door de genade des Middelaars en de hulpe des Heiligen Geestes niet reddend voor hem tusschentrad — derhalve, zeg ik, is ook dat wederom niets anders dan een gruwel en eene groote heiligschennis.

Wat verder die sleutelen aanbelangt van het koninkrijk der hemelen, zoo valt het inderdaad niet te wederleggen dat wij bij den Evangelist Mattheus lezen (Hfdst. XVI vs 19) dat die door Christus aan Petrus gegeven zijn, en alzoo de magt van binden en ontbinden hem inderdaad is toegekend. Maar — al te eenvoudig klinkt het dit opmerkenswaardige zoo maar over 't hoofd te zien — diezelfde Christus (ge kunt het lezen in Hoofdstuk XVIH vs. 18 van datzelfde Evangelie) heeft diezelfde magt van binden en ontbinden ook toegekend aan alle twaalf zijne Apostelen. Hieruit volgt de voor u misschien niet zeer aangename maar toch waarachtige slotsom dat Petrus niet anders was dan de Voornaamste van alle evengelijken, niets minder maar ook niets meer, want hetzelfde wat in de allereerste plaats tot hem alleen gezegd werd, werd vervolgens door Jezus ook den elf anderen eveneens toegekend.

Het blijkt derhalve dat de Zaligmaker niets anders heeft willen instellen dan een Apostolaat, en wel, als wij letten op zijne laatste woorden kort voor zijne Hemelvaart gesproken (zie het slot van het Matthéus-evangelie) een voortdurend, blijvend Apostolaat, van waar er dan ook in de Christelijke kerk altijd Apostelen of Apostolische mannen geweest zijn. In die Apostelschaar nu had ieder zijne eigenaardige plaats: de eerste was Petrus; de tweede volgens de natuurlijke volgorde Andreas, de broeder van Petrus, volgens de geestelijke volgorde evenwel Jakobus; de derde Johannes; de laatste Judas Iskarioth, in wiens plaats later Matthias werd gekozen; evenals het schijnt dat voor Jakobus en diens broeder Judas, later de andere Jakobus en Judas, Jezus broeders, als plaatsvervangers (na den dood van eerstgenoemden) verkozen werden.

De drie eerstgenoemden waren dus als de uitverkorenen onder de uitverkorenen, en onder hen komt aan Petrus ongetwijfeld de eerste plaats toe. Hij was dus — ik herhaal het,

Sluiten