Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lige in 't bijzonder mag betwijfeld worden, wat voorwaar wederom eene redenering is, die zich zelve in 't aangezigt slaat. In de H. Schrift nu worden zij Heiligen genoemd, die op aarde in den Heiligen Jezus gelooven, die in den hemel gelukzalig zijn voor den troon des Lams....in de Roomsch-Catholieke kerk daarentegen, zooals bekend is, zijn de heiligen eene bijzondere classe van vrome afgestorvenen, die nu geneesmeesters der levenden zijn bij ziekten en kwalen, ja hun in alle zaken hulp verschaffen in leven en in dood.... dus wederom juist hetzelfde als wat men Maria toekent (zoo ontstaat uit twee-, drie- en vierslagtigheid onmiskenbare veelslagtigheid), misschien dan wel door die heiligen van beider kunne als door Maria's dienstknechten en dienstmaagden uit te oefenen, waar zij hier dezen in die, daar genen in eene andere omstandigheid hulp en troost verschaffen. Wat derhalve de H. Schrift ons leert van de Engelen, dat zij allen gedienstige geesten zijn, die tot dienst uitgezonden worden., om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen, (Hebr. I, vs. 14), dat verzekert ons de Roomsch-Catholieke kerk geduriglijk ook van de Heiligen, waaruit wederom eene tweeslagtigheid ontstaat, die met de enkelvoudige leer der Schrift in dezen in lijnregten strijd is. Zie toch, Eerwaardig Grijsaard! 't was immers geen Heilige, die den heiligen Petrus uit den kerker verloste, maar wel een Engel; 't was geen Heilige, maar een Engel, die om Daniël te beschermen, naar zijn eigen getuigenis, den muil der leeuwen toesloot; en wederom was die vierde persoon, die te gelijk met de drie jongelingen in 't midden van den vurigen oven aanschouwd werd, geen Heilige, maar een Engel, want een Engel en niet een Heilige heeft volgens Openbaringen XIV vs. 18 magt over het vuur. Derhalve... Heiligen zijn het niet maar wel Engelen, die den menschen, zelfs den kinderen te hulp komen (zoo als ten duidelijkste blijkt uit Jezus eigene woorden, Matth. XVHI vs. 19) en het Hoofd dier Engelen is niet Maria als hunne Koningin, doch die gansch Bijzondere Engel, Dien wij vooral uit het Oude Verbond kennen, die Engel des

Sluiten