Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te pas om ons tekort te dekken. Nu moet ik óf de zaak geheel verkeerd bezien, óf als ik wel zie, dan steunt dit alles op twee valsche gronden. Vooreerst toch is het eene uitdrukking, die zich zeiven in het aangezigt weêrspreekt, als men zegt: Genade verdienen! Immers Genade en Verdienste , dat is — men leze slechts den brief van Paulus aan de Romeinen — met elkander in strijd als water en vuur. Hoewel toch Christus voor ons aan de Goddelijke Gereg» tigheid voldaan heeft, zoo vraag ik, wat is, met eerbied gesproken, die Christus zelf, zoo niet een genadegifte des Vaders, naar den raad zijner eeuwige Voorverordinering ons geworden? Het werk van Christus, de verdiensten van Christus, zietdaar dus niet iets 't welk dienen moest om de genade als 'tware op te heffen, en weder een werkenverbond voor het genadeverbond in de plaats te stellen, maar opdat naar den raad der goddelijke liefde alles, volgens de eischen van Gods regtvaardigheid, in evenwigt zou wezen. Gods liefde wenschte de zonden te vergeven — Gods geregtigheid kon niets kwijtschelden zonder voldoening. Om nu te gelijker tijd die liefde en die geregtigheid Gods te voldoen, ziet daartoe werd Christus, de Godmensch gehoorzaam tot den dood, ja den dood des kruises, daartoe bragt Hij die gehoorzaamheid aan, als een volkomen voldoend tegenwigt voor de zonde der gansehe wereld. Maar zoo is dan ook in Gods schepping 't verbroken evenwigt weêr hersteld .... hersteld door het werk van Christus, naar het bevel en den wille Gods, terwijl toch ook weder allen, die nu die erfenis aanvaarden, het alleen aan de genade des Heiligen Geestes dank weten, dat aldus hun heil voltooid wordt. Derhalve... 't is duister en het blijft duister, wat het toch wel zal moeten beteekenen: de genade van Christus te verdienen !

De andere valsche stelling is deze, dat bij het volmaakte werk, of liever nevens het volmaakte werk van Christus, ook de onvolmaakte werken der Heiligen van geldende waarde zijn, ja zelfs overvloeijende van waardigheid ten nutte van anderen. Ik voor mij heb altijd gemeend, dat

Sluiten