Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdiensten, .zelfs der ligchamelijke verdiensten door boetedoeningen als andersints in de plaats van de leer der genade en des geloofs;' eindelijk in de plaats van de eenvoudige dienst van God en Christus, de veelzijdige dienst der Heiligen van beider kunne? Wat zou Jakobus zeggen, die schrijver van den Catholieken brief, in welke hij de waarlijk Catholieke kerk zoo vele dingen leert? Zou hij niet zeggen : Ik heb wel gesproken over eene regtvaardigmaking uit óf van wege de werken (werken des geloofs namelijk, doch geene werken naar eene of andere wet), en dat het geloof uit de werken gekend moet worden evenals een boom uit zijne vruchten; dat derhalve de mensehen niet tevreden moeten zijn met een dood geloof, doch dat zij een levend geloof moeten toonen, een geloof des harten en niet maar des verstands; doch over een schat van overvloedige werken heb ik geen enkel woord ter neêr geschreven integendeel tot het doen van meerdere goede werken heb ik alle geloovigen opgewekt, niet om de toekomstige zaligheid te verdienen, welke alleen eene genadegift is (door Christus verworven, zooals zulks aan allen bekend was, vooral door

de brieven en de leer van Paulus een wet uit liefde tot

het menschelijk geslacht, naar den raad dés Vaders, door zijne volmaakte gehoorzaamheid als een voldoend tegenwigt voor de zonden der gansche wereld) maar opdat zij naar behooren voorbereid zouden worden op de zaligheid, of, wat op hetzelfde neêrkomt, op de toekomstige volkomene heiligheid; opdat voor de oogen van den Heiligen God de Christen hier zou beginnen regtvaardig en heilig te wezen, ten einde door Hem als volmaakt heilig en volmaakt regtvaardig in de toekomst te kunnen aanschouwd worden. Nogmaals Pius! zoo te redeneeren en zoo te handelen, dat is pieus handelen en pieus redeneeren, want zoo toch iets eene uitgemaakte zaak mag heeten, dan zal het wel deze zijn dat alle geloovigen (och dat het hun nog tot schaamte mogt zijn!) — aan groot gebrek en tekortkoming in goede werken mank gaan, doch dat een schat van overvloedige goede werken nergens gevonden wordt.

Sluiten