Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sproken, dus niet van toepassing." Zie dat noem ik consequent in allen deele. Maria de tweede Eva (ook wij willen, haar bij wijze van vergelijking wel eens zoo noemen, doch zonder al die vreesselijke gevolgtrekkingen) is voor 't ge-, weid der zonde niet als de eerste Eva bezweken — de eerste ontving als loon voor hare snooddaad dit vonnis: Met smart zult gij kinderen baren, en tot uwen man zal uwe begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben — doch bij Maria, de tweede Eva, niets van dat alles — geene misdaad, dus ook geen vonnis noch uitvoering — zij baarde zonder smart — zij had tot geen man begeerte, want zij bleef altijd maagd — geen man had over haar heerschappij, want zij .«lleen heeft heerschappij, eeuwig en altoos, over alle Engelen en menschen. Doch als het dan toch waarheid moet zijn, wat we daar hooren mijn Roomsche Medechristen! uit uw hartverheffend kerklied, het welbekende Stabat mater:

Naast het kruis met weenende oogen, Stond de moeder neêrgebogen, Waar haar lieve Zoon aan hing. enz:

wat dunkt u? had ik het dan wel zoo ver mis in mijn eerste stukje, als ik Maria vooral op Golgotha voorstelde als brengende daar met Christus, haren Zoon, een plaatsvervangend offer voor de zonde der menschheid!? Hare groote verdiensten, die de Trentsche Catechismus roemt, noem ik dus vrijmoedig «oereverdiensten.... zij het dan ook, hoewel altijd minder consequent, niet nevens, doch onder die van Christus haren 3oon. Niet anders zal, geloof ik, ook de indruk zijn die gemelde Catechismus op eiken nadenkende achterlaat, als wij bldz. 307 naast blz. 28 leggen, en dan het volgende lezen: „Door Eva zijn wij geboren als kinderen destoorns — door Maria ontvingen wij Jezus Christus, door Wien wij wedergeboren worden tot kinderen der genade. Eva heeft vloek en dood over 't menschelijk .geslacht gebragt, door de slang te gelooven, doch Maria heeft door den Engel te gelooven, door Gods goedheid uitgewerkt dat zegen en leven tot het menschelijk geslacht komèn zou. Daarom {blz. 307) moeten wij ,

Sluiten