Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eva's zonen in ballingschap, die dit tranendal bewonen, die moeder der barmhartigheid, die voorspraak van haar getrouw vólk gedurig aanroepen, opdat zij voor ons bidde — en dat door de kracht dier voorbidding van haar, welker voortreffelijke verdiensten bij God zoo hoog staan aangeschreven, en welker grootste lust het is, het menschelijk geslacht reddend nabij te zijn, Gods hulp en hijstand op het smeeken verwacht mag worden... dat kan alleen op goddelooze en schandelijke wijze betwijfeld worden." Dat ik het regt had aldus blz. 28 en 307 naast elkander te leggen , zal elke kenner en eerlijke lezer van den Catechismus erkennen, want het een is met het ander door de Mariagroetenis tot een groot geheel vereenigd. Doch wij weten, dunkt mij, dan ook nu genoeg. De Moeder der barmhartigheid , de Voorspraak voor Eva's zonen in de ballingschap van dit tranendal... is Maria, en wel door hare voortreffelijke verdiensten, door haar groote lust om ons reddend nabij te zijn. Is dit een volkomen Middelaarschap.. .ja of neen? Is dit Maria voor Christus in de plaats stellen... ja of neen? Of zal de uitdrukking door Gods goedheid hier iets verzachten, of de aanwijzing dat men haar niet aanroept, zeggende: Help ons! doch alleen: Bid voor Ons! Maar is dan ook Christus al wat Hij voor ons is, niet alleen door de goedheid Gods... gaat van den Vader, den eersten persoon niet alles uit... heeft Hij niet den Zoon gegeven het leven te hebben in zich zeiven, Hem door die schijnbare tegenstrijdigt heid juist alzoo van eeuwigheid als Zoon genereerende ? Is Christus niet volgens de H. S. onze eenige volmaakte Voorbidder , juist als Middelaar... en leest men niet nu reeds in Rome, naar onlangs in den Heraut werd gemeld, niet maar Maria! bid voor ons — doch Maria! verlos ons van de helsche straf!? Consequent al weder, want dit juist is de taak van haar, die daar is Moeder der barmhartigheid en Voorspraak bij God, terwijl de kracht dier voorspraak zich grondt op hare voortreffelijke verdiensten bij God zoo hoog aangeschreven , en het werk dier barmhartigheid op haar lust (en vermogen dus ook) om ons geslacht reddend naby te zijn.

Sluiten