Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nog zoo dit alles — nog zouden die op zich zelve zoo schoone Catechismuswoorden, die in een ander milieu van denkbeelden zooveel betrekkelijke waarheid zelfs in zich sluiten — nog zou dit alles, zeg ik, te dragen en tot op zekere hoogte te verklaren zijn (hoewel de sterke uitdrukkingen de bedoeling verraden) — nog zou Maria langs dien weg van de overige Heiligen niet specifiek, doch alleen gradueel te onderscheiden wezen, indien niet het ontzettend dogma der Onbevlekte Ontvangenis door Pius IX in de wereld was gezonden, om in dezen eiken blinddoek van de oogen af te rukken, eiken twijfel weg te nemen. — Ik zeg, door Pius IX in de wereld gezonden, Mijn Lezer! en dit brengt mij nu van zelf van zijne verhouding tot Maria, de Pausselijke verhouding tot haar, die niet rusten zal voordat zij hare eer voltooid heeft • tot zijne verhouding tot de Kerk de Pausselijke verhouding tot haar, die hare eigene eer gaat voltooijen door het dogma der Pausselijke Onfeilbaarheid — ten einde alzoo de mannelijke en vrouwelijke Schepselvergoding in de kerk te volmaken..waarom? zoo niet, gelijk vroeger om de Heidensche kerk en staat te believen en na te bootsen — de Heidensche kerk en staat met zijn Goden en Godinnen, zijne Keizers en Keizerinnen; zoo thans, om door die mannelijke en vrouwelijke Schepselvergoding, de leemte van eene bovennatuurlijke Godsdienst in de kerk, die zoo vaak in slechten zin boven velen blijft, en de onnatuurlijke leemte van een natuurlijk zamenzijn en verkeer met het vrouwelijk geslacht in de maatschappij aan te vullen!

De verhouding van den Paus tot de Kerk. Sints den jare 1854 schijnt zij geene andere dan deze te zijn, die het best kan worden afgeschaduwd door de verhouding van Koning en Koningin. Ook de Koningin is eene persoon, met majesteit en waardigheid bekleed, die nu en dan — altijd evenwel in betrekkelijken zin en kleineren kring — overeenkomstig die majesteit en waardigheid gebiedt, doch hij, die het volk regeert, wetten en verordeningen geeft en uitvaardigd, is niemand anders dan de Koning, en de Koning alleen—der Koninginne is het genoeg, dat zij als 't ware

Sluiten