Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het schommelen van het schip, noch beker noch wijn aanschouwd wordt, en de priester toch met het zwaard des woords gewapend evenzeer: Dat is mijn bloed! zegt als Dat is mijn ligchaam! terwijl dan toch dat bloed onder geenerlei offerteekeu wordt voorgesteld? Volgt er niet uit dat de leer van het offer toch nooit in de vermelding vergeten mag worden, zelfs niet onder bepaalde voorwaarden, die het zouden eischen?

Eindelijk nu de gewone mis . .. door de geestelijken onder twee teekenen, door de leeken slechts onder één teeken te vieren? Geeft dit niet wederom in de RoomschCatholieke kerk eene tweeslagtigheid en eene ook in deze zaak zeer treurige afscheiding te aanschouwen, de scheiding namelijk van geestelijken en leeken... eene scheiding van Joodschen of Oud Testamentischen aard, door den stichter des Nieuwen Verbonds zoo hevig afgekeurd? Of zeide Jezus niet (Matth. XXIII, vs. 8 enz:) Gij zult niet Rabbi genoemd worden: want één is uw Meester, namelijk Christus: en gij zijt allen broeders — en gij zult geen Meester genoemd worden: want één is uw Meester, namelijk Christus ... maar de meeste van u zal uw dienaar zijn, en wie zich zeiven verhoogen zal, die zal vernederd worden, en wie zich zeiven zal vernederen, die zal verhoogd worden? Derhalve wil de Nieuwe Bedeeling niets anders dan Eersten onder evengelijhen... eersten onder evengelijken, wier phgt het is om juist door hunne meerderheid de minderen te dienen ten einde hun tot zich op te heffen. Het onderscheid tusschen een ongewijd volk en eene heilige priesterkaste is dus aan de Nieuwe Bedeeling ten eenemale vreemd... alle geloovigen zijn daarin heiligen... maar alle geloovigen hebben daarom dan ook regt en behoefte om niet alleen het brood van het Heilig Avondmaal te eten, maar ook den wijn te drinken, gelijk ze allen behoefte hebben aan het ligchaam en bloed van Christus... dat gebroken ligchaam dat den dood voorstelt, en dat vergoten bloed dat den oorsprong des nieuwen levens aanduidt, opdat zij niet alleen den ouden mensch zouden uittrekken, doch ook den nieuwen aan-

Sluiten