Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling voor de toekomst, het zwaartepunt van alles, gansch en al onduidelijk. Wil men toch als staande op een Algemeen Concilie waartoe wij waren uitgenoodigd, aldaar dus ook eerlijk en met orde spreken over de belangen der Algemeene d. i. der gansche Christelijke Kerk... wil men daar alzoo aantoonen hoe de Roomsche Afdeeling der Kerk drie dingen te veel heeft, de Herformde daarentegen drie zaken te weinig, dan behoort men, al doet men het ook zoo kort mogelijk, de drie laatste zaken even vrijmoedig op te noemen als de eersten, wil men althans komen tot de groote slotsom waarom het mij vooral te doen was: Dus zal de kerk der toekomst, die ik mij voorstel als uit eene toenadering tusschen de beide besprokene kerken zullende geboren worden... dus zal die kerk der toekomst drie zaken moeten afschaffen, doch ook drie zaken moeten zoeken weder te veroveren, of liever nog drie zaken (Culte, Gezag en Sacramenten) van haar misbruik tot haar regt gebruik zoeken terug te leiden. Het vijfde of laatste stukje zal dus voor eiken denker aantoonen dat hier in het vierde inderdaad niets gemist kon worden van al wat daarin gezegd was — maar dat dit vierde tegenover de drie eersten staat als in eene rhetorische figuur de minor tegenover den major om zoo te komen tot de gewenschte conclusie.

Ben en ander Lezers! in antwoord op broederlijke bedenkingen tegen het in dit stukje vermelde, die bij den Latijnschen brief zelve gemaakt of gevreesd werden — zooals o. a. onze geachte Hoogleeraar Van Oosterzee in de Stemmen voor waarheid en vrede die vreeze te kennen gaf. — Mijn zeer vriendelijke recensent in den Kerkelijke Courant der Herformden voelde echter dat na optelling der grondfouten van Rome's kerk, de vraag: Is het nu bij u beter? mij niet kon ontgaan. Als hij nu echter verder sarcastisch genoeg zegt dat ik daarop, zooals zich van den man der confessioneele rigting niets anders wachten liet, met een klagelijk Neen heb geantwoord, dan geef ik hem dit van harte toe, en wie om deze dingen nog lagchen en spotten kan, dat rampzalig genot latende, zoo betuig ik liever met Jeremia: Och dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen!

Sluiten