Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roomsch-Catholieken en alle Herformden gezamentlijk de snaren spannen en elk voor zich bidden:

O God, onze Koning! Mijn hoop staat op Uf

O dierbare Jezus! Verlos mij toch nu!

In keetnen verzonken,

In boeijen geklonken, Versmacht ik naar U!

Hand wringend en zuchtend,

Kniebuigend bevruchtend

Mijn worstelend smeeken...

Zult Gij ze verbreken!! 1) Of als wij dit van ganscher harte bidden, zal Hij dan niet hooren en verhooren, de Rechtvaardige en Barmhartige God, die na de verzoening door Jezus aangebragt, beide om zijner regtvaardigheid en liefde wille, de zonden vergeven wil en moet! ? ' t Komt er dus maar op aan dat aller zielen treuren, gedreven door liefde tot Jezus, den getrouwen Zaligmaker der menschen, en door de uitstorting zijns H. Geestes ook gedreven door liefde tot God den Vader. Bat worde dan alzoo ook u en alle de uwen geschonken, Pius de Negende L.. geschonken uit de bron van alle goed, den Vader,* den Zoon en de zeven Geesten voor den troon, den H. Geest van zeven—of veelvoudige genade overvloeijende... dat geve u Hij die Is, die Was en die Komen zal, Wien als den Driemaal Heiligen, Alleen Waren God door de gansche Christenkerk, altijd en overal tot in aller eeuwen eeuwigheid worde toegebragt de Lof, de Eer en de Glorie. Amen. (Onderschrift van den Latijnsehen brief): Door allerlei oponthoud kan ik dezen brief eerst dateeren «2e» 13 September 1869, wel providentieel juist op denzelfden dag, op welken Gij ten vorigen jare uwe aangename en vriendschappelijke letteren aan ons geschreven hebt. Na zulk een

1) Proeve eener vrije Hollandsche vertaling van het bekende: Latijnsche versje:

O Domine Deus! Speravi in te! etc.

Sluiten