Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reut De aldaar wonende volken door gruwelen voor het strafgerigt van God rijp, moesten door hen uitgedreven en verdelgd worden. Zij zouden nu volgens de volmaaktste wetten, die voor eenen aardschen staat denkbaar zijn, een gezegend leven leiden, toenemen en zich vermenigvuldigen,, en met een bestendigen blik op den beminden Messias gerigt, zich aan de orde van het Godsrijk gewennen, God en Zijn rijk, de gehoorzaamheid aan en de dienst van God moest hunne zaligheid zijn. Als nu de Messias kwam, zouden zij voor alle andere volken door Hem geleid, uit de verborgenheid te voorschijn treden. Alle volken der aarde zouden zich in hunne uitverkorenen tot den Messias bekeeren, en de zegen aan abraham beloofd, zou door zijne nakomelingen alle volken gelukkig maken.

Satan kende en kent het heilsplan van' God. Dit verworpen schepsel heeft wel krachten, maar geene Goddelijke eigenschappen. Hij is slechts groot in zijne vijandschap tegen God en Zijne kinderen en een blind werktuig in Zijn wereldbestuur, tot beproeving van het geloof. Ongeregtigheid en tegenkanting, arglistigheid en leugen, zelfs de vermomming in de gestalte van een engel des lichts zijn zijne kenmerken. Den mensch als verzoeker te naderen, te bedriegen, tot leugen en ligtzinnige overtredingen te verleiden, is zijn streven.

Hij verleidt Israël tot versaagdheid, tot morren tegen God bij alle beproevingen; zelfs mozes wordt wankelende (Jud. 9). Jozua wordt door de Gibeonieten, door Satan ondersteund, bedrogen. Vreemde vrouwen, zoo als in de eerste tijden, verontreinigen Israël. De afgodendienst en begoocheling lokt en verleidt. Vooral is het de afgoderij, tegen welke God het meest opkomt. Zij werkt Zijnen genadcraad het meest tegen, daarom kwam Hij er alvermogend tegen op. De verwerping der tien stammen en eindelijk de wegvoering vau Juda naar Babyion zijn de daden Gods, welke het afvallige Israël straffen en eindelijk de afgodendienst uit Juda uitroeijen. Alle bewijzen van genade, van de uitvoering uit Egypte aan, konden Israël niet bekeeren. Het verschrikkelijke strafgerigt van de verwoesting der heilige stad en de wegvoering naar Babyion volbragt eindelijk, wat de liefde niet vcrniogt. De

Sluiten