Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heere brengt Israël terug. De tweede tempel, die door de komst van den Messias heerlijker dan de eerste zou zijn, wordt gebouwd. Juda verafschuwt nu de afgoden, valt wel in letterzifterij, maar houdt het heiligdom rein.

Gedurende dezen langen tijd zwijgt het woord niet. Abraham predikt den Naam des Heeren. Mozes is de Profeet van God. Het Profetenambt wordt werkzaam, en verspreidt door de krachtige werking des Heiligen Geestes, altijd meer licht over Gods genaderaad. Wel is Satan ook hier weder, als tegenstander onder de kinderen Gods. Profeten worden verlokt zoo als bileam, die Israël met de Moabitischen doet zondigen. Valsche Profeten treden op en doen de zwakken dwalen.

Des te magtiger treden de ware Profeten op, om den Heere en Zijn rijk te verkondigen. Hoe grooter door de zonde der menschen en de ongeregtigheid van Satan, de verdrukkingen der vromen worden; des te magtiger, klaarder en beslissender getuigen de Profeten. David leeft en baadt zich als ware het in de toezeggingen Gods, smaakt bij voorraad de zaligheid van het Messias-rijk; hetwelk dat rijk, waarin hij door Gods genade op den troon zit, zeer verre in duurzaamheid en heerlijkheid overtreffen zal. In de Psalmen prijst hij met hemelsche verrukking de heerlijkheid van den Messias, die zich vernedert, om zich een Zoon dayids te noemen. De gansche verschijning, het leven, lijden, sterven en verrijzen ziet een jesaja in duidelijke gezigten en verkondigt het in hemelsche woorden, welker geheele beteekenis hem waarschijnlijk zelf verborgen is. (1 Pet. I : 11). Het geslacht, het huis, de moeder, de tijd, de geboorteplaats van den Messias worden duidelijk aangekondigd. Jesaja staat onder het kruis des Heeren en bezingt den ddod, die de wereld tot het nieuwe, eeuwige leven doet opstaan. Danjcl ziet de verwoesting ook van den tweeden tempel, het woelen van den Antichrist, den vernieuwden afval, den gruwel der verwoesting in de heilige plaats en de wederkomst van Christus (Dan. XII). De 3530 dagen zullen evenzoo verloopen als de zeventig jaarweken, tot op de eerste komst van Christus in

Sluiten