Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs de tegenwoordige Christelijke wereld nog bemint, ja bewondert, en zich des te inniger aan het genot in dezelve overgeeft, hoe meer de afval van Christus de overhand neemt.

Nog een ander middel kwam de bemoeijingen van Satan te hulp. De menschen, die het door God ingeschapen verlangen naar Hem, niet al te zeer in zich verdooven kunnen, werpen zich in den afgrond van de gruwelen der afgodendienst. Deze zijn nu tweeërlei: óf zij kennen Gods openbaringen niet, en hun hart is vol verlangen, om God te zoeken; óf zij kennen Gods openbaringen, maar zij zijn te trotsch en te vol eigenwaan, om zich aau haar te onderwerpen. In beide gevallen zoeken zij bij zich zeiven raad en gelooven in hunne rede de bron der kennis ontdekt te hebben. Dit brengt tweeërlei toestanden onder de menschen te weeg. Die, welke uit verlangen naar God het eeuwige zochten, zonder dat de openbaring hun te hulp kwam, zijn bescheiden, eu noemen zich: zoekenden, wijsgeerigen, en hun streven: wijsbegeerte. Gods Geest komt hier wel te hulp, en met natuurlijke kracht bereiken zij, dat God hen door bewaring voor de gruwelen en zonden der afgodendienst, onderscheidt. Socrates, plato , cicero en seneca waren van deze soort. Vandaar dat wij in lateren tijd onder de Kerkvaders mannen aantreffen, die door God verlicht, na hunne bekeering met dezelfde liefde, de hemelsche wijsheid, de openbaring omhelsden. Deze filosofen meenen wij alzoo niet, wanneer wij van de werktuigen van Satan spreken.

Maar de andere soort, zoekt .God, den Schepper van' hemel en aarde niet, maar verwerpt Zijne openbaring, vormt zich in eigene wijsheid eenen God, en maakt zich wel zelf tot een God. Deze noemde men in tegenstelling van de filosofen, Sophisten. Het waren afgodendienaars van eene andere soort, en bevorderden de leugen met alle kracht van hunnen hoogmoed.

Te midden van deze wanorde vol afgodendienst, goddeloosheid, ongeloof en de daaruit voortvloeijende ondeugden, gedacht God aan de menschen; en daar er slechts weinige op aarde waren, die naar Hem vraagden, riep Hij den vader des geloofs. Hij stelde hem tegenover

Sluiten