Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten (') streedt tot in het laatste oogeuhlik aan het kruis om de zege en wil haar zelfs nu met een vermorzelden kop nog niet erkennen. Wel sidderen de booze geesten, bekennen (Matth. VIII: 29; Luc. IV: 40) en wijken overal, waar de Heere hun tegenkomt. Zij, die door hen gekweld worden, nemen hunne toevlugt tot den Heere, en worden verlost. Overal overwint en beschaamt Hij hem. Maar Satan woedt op zijne wijs. Van herodes aan tot op de krijgsknechten toe, doet hij de boosheid woelen. Viel op zijnen invloed de regtvaardige abel onder de slagen zijns broeders, zou dan ook niet de Zoon Gods, in weerwil van God, gedood worden door dengenen, dien Hij zich als broeder en menschenzoon verwekt heeft? De moordenaar van den beginne hitst den moord aan. Maar alle pogingen mislukken, en Hij gaat door het midden van hen heen, die Hem willen steenigen.

Daar vaart Satan in het hart van den arglistigeu, hebzuchtigen judas. Bij de zalving in het huis van simon had hem nijd en wangunst een verwijt des Meesters berokkend, waarvan Satan gebruik maakt, om zijn hart in bezit te nemen. (Joh. XHI: 2). Hij begeerde wel allen te verleiden; maar het gebed des Heeren bewaart hen, en Zijn krachtig, woord waarschuwt hen. Maar judas werpt zich in vertwijfeling ju zijne armen. Hij heeft jezus aan Satan en zijne volgelingen verkocht, onschuldig bloed met bewustheid verraden en ging zijnen weg. Ook petrus valt, maar wordt door de voorbiddende zuchten des Heiligen Geestes gered! Zijn geloof houdt niet op, en deze drijft hem in boete,

CO Eens voor al zij hier aangemerkt, dat de Schrijver dezes, de Heiligo Schrift voor onmiddelijke ingeving des Heiligen Geestes , en hare beriglen voor de eenige zuiver- historische waarheid, die wij hebben, erkent. Van daar is voor hem de openbaring over den Duivel en zijne afgevallene geesten, geschiedenis, die hij in geen opzigt betwijfelt, of anders dan letterlijk verklaait Mie het booze zich zonder eenen persoonlijken drager denken kan, mag bet doen. Wiens rede zich niet met den Bijbel verdragen kan, dien moeten wij naar de nieuwere sofisterie, naar de roerende fabelen der Grieksche mylhologie verwijzen! Een ieder zie, waar hij blijft!

Sluiten