Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te ziju. Ook moeten -de zondaars geene verontschuldiging hebben, dat hun geene genade aangeboden en tot bekeering geen tijd vergund is.

Gewigtig is echter de tijd van genade voor alle menschen, dat hij de louteringstijd is, gedurende welken het licht van de duisternis, het geloof van den afval zich scheidt. Jezus Christus en de Heilige Geest hebben het niet verborgen, dat deze tijd een zeer ernstige beproevingstijd is. De overwinning is wel beslist en zeker, maar sinds de nederlaag van Satan, duurt de laatste strijd slechts des te heftiger voort. Satan is geslagen, maar nog niet uitgedreven, nog niet vernietigd. Het eindoordeel is uitgesproken over hem en zijne aanhangers, maar nog niet voltrokken. Ook hun is een tijd van genade door de eeiïwige liefde toegestaan. Wanneer ook hij zelf niet, zoo zullen toch vele dergenen, die hij reeds als zijn eigendom beschouwt, als een vuurbrand uit het vuur gered worden. Daarom verbergt de Heere het Zijnen jongeren niet, dat na Zijn heengaan tot den Vader, de Overste dezer wereld, die geen deel aan Christus heeft, slechts des te heftiger trachten zou, om met geweld en list weerstand te bieden, het Evangelie te bestrijden en de menschen te verleiden. Geen der rampen, geen gruwel, die voor Christus de aarde bevlekten, en de menschen het leven verbitterden, zal verdwijnen. Veeleer zouden alle razernijen der boosheid, alle verleidingen der geloovigen, alle verzoekingen en vervolgingen der uitverkorenen, met moord en leugen, zoo vermenigvuldigd worden, dat slechts eene tweede komst van jezus Christus op aarde in alle goddelijke magt en heerlijkheid, den strijd voleindigen en door voltrekking van het wereldgerigt, den reeds verlangden, eeuwigen vrede herstellen kan. Twee stukken zullen dus nog door de Christenen, die naar het rijk Gods trachten, betracht moeten worden. De strijd van het rijk van Christus met den Overste dezer wereld. De wederkomst van Christus voor het laatste oordeel. Met het oog op beiden roept de Heere ons toe: Waakt en bidt, zalig is de dienstknecht, dien de Heere, als Hij komt, wakende zal vinden.

Sluiten