Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gewigtigste voor ons doel is dat de profeet het einde vermeldt, en zegt dat tot zoo lang de verwoesting zal zijn. Maar van deze zaak spreekt dezelfde DANiëL of liever de Engel, die hem Gods verborgenheden openbaarde, nog duidelijker met het oog op den Antichrist, die gedurende den tijd der verwoesting, de kerk van Christus benaauwen zal. In het elfde hoofdstuk van DANiëL namelijk, wordt na eene schets der wereldgeschiedenis tot op de verwoesting van Jeruzalem gesproken van eenen Koning, »die doen zal haar zijn welgevallen, en hij zal zich zeiven verheffen en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der Goden wonderlijke dingen spreken; hij zal voorspoedig zijn, tot dat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden;"

»En op de Goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geenen God acht geven, maar hij 'zich boven alles groot maken. Hij zal den God Maüzzim in zijne standplaats eeren; namelijk den God, welken zijne vaders niet gekend hebben, zal hij eeren met goud, met zilver, en met kostelijk gesteente en met gewenschte dingen. Hij zal de vastigheden der sterkte maken met den vreemden God; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eere vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heerschcn over velen, en hij zal het land uitdeelen om prijs. Op den tijd van het einde, zal de koning van het Zuiden tegen hem met horens stooten; en de koning van het Noorden zal tegen hem aanstormen met wagenen, en met ruiteren en met vele schepen; en hij zal in de landen komen, en hij zal ze overstroomen en doortrekken. Hij zal komen in het land des sieraads en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijne hand ontkomen, Edom en Moab en de eerstelingen der kinderen Ammons. Hij zal zijne hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen. Hij zal heerschen over de verborgene schatten des gouds en des zilvers en over al de gewenschte dingen van Egypte; en die van Lybie en de Mooren zullen in zijne gangen wezen. Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrik-

Sluiten