Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken; daarom zal hij uittrekken met groote grimmigheid, om velen te verdelgen en te verbannen. En hij zal de tenten van zijn paleis planten tusschen de zeeën, aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn'einde komen, en zal geenen helper hebben."

»En te dier tijd zal miciiael opstaan, die groote vorst, die voor de kinderen nws volks staat, als het zulk een tijd der benaauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een Volk geweest is, tot op dien zelfden tijd toe, en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek. En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing. De leeraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels; én die der vele regtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwiglijk. En gij, Daniël! sluit deze woorden toe en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde: velen zullen het naspeuren en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden."

»Ën ik, daniel zag en ziet, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van den oever'der rivier eu de ander aan gene zijde van den oever der rivier. En hij zeide tot den man, bekleed met linnen, die boven op het water der rivier was. Tot hoe lang zal het zijn, dat er een einde van deze wonderen zal wezen? En ik hoorde dien man, bekleed met linnen, dip boven op het water der rivier was, en hij hief zijne regter- en zijne linkerhand op naar den hemel en zwoer bij Dien, die eeuwiglijk leeft, dat na eenen be stemden tijd, bestemde tijden en eene helft, en als hij zal voleind hebben te verstrooijen de hand des heiligen volks, al deze dingen voleind zullen worden. Dit hoorde ik, doch ik verstond het niet; en ik zeide: Mijn Heer! wat zal het einde zijn van deze dingen? En hij zeide: Ga henen, DANiëL! want deze woorden zijn toegesloten en verzegeld tot den tijd van het einde. Velen zullen er gereinigd en wit g'emaakt, en gelouterd worden; doch de goddeloozen zullen goddelooslijk handelen, geene van de goddeloozen zullen het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan."

5.

Sluiten