Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cn hier scheen hij voor de eerste maal den indruk van Goddelijke tegenwoordigheid ontvangen te hebhen. Het oogenblik, dat bij uitriep: •Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch," was wel het oogenblik zijner hekecring. Van nu aan blijft hij de bestendige volgeling des Heeren, die alles om jezus te volgen, verlaat. De Heer .leert hem nu, en de bergpredikatie van jezus , in het vijfde, zesde en zevende hoofdstuk van mattheus ons bewaard, is een voorbeeld, hetwelk onze leeraars nog verre zijn, van te bereiken. Bij vele wonderwerken is petrus tegenwoordig en de Heere schijnt ook veel genade aan hem besteed te hebben, om de gebreken van zijn natuurlijk temperament te verbeteren. Overal nemen wij in hem bij veel trouw cn ijver voor de waarheid en vjor chmstus, bij alle overgave aan Hem, eene voorbarigheid, een hoogen dunk zijner krachten en eenen geestelijken hoogmoed waar, die hem diepe vernedering berokkenen. De verborgenheid der verlossing bleef hem lang duister. In hem leefde vooral de gedachte aan een aardsch Davidisch rijk, en hoezeer ook de overige jongeren daarvan doordrongen waren, blijkt uit den gedurigen strijd, wie onder hen de voornaamste was? Deze strijd is ons door de Evangelisten bewaard, «n petrus schijnt daarbij bijzonder vurig geweest te zijn; want tot hem rigt de Heer (Luc. XXII : 31) Zijne bestraffende rede. Simon, simon!Ziet, de Satan heeft ulieden zeer begeerd, om te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude: en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zoo versterk uwe broeders. Jezus wijst hem alzoo bier de laatste plaats onder de Apostelen aan. Maar zijne hoogmoedige gezindheid wilde zich niet buigen, zij moest gebroken worden.

Nog een ander voorval had er plaats, hetwelk mattheus in zijn zestiende hoofdstuk heeft aangeteekend. De Heere jezus spreekt met Zijne jongeren van Zijnen persoon, om hun de verborgenheid der verlossing te openbaren. Hij vraagt hun, wat zij van Hem dachten. Daar is het petrus, die weer vooruit dringt en de bekentenis aflegt: «Gij zijt de christus, de Zoon des levenden Gods. Maar het

Sluiten