Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, is zoo ver uit zijne gedachte, dat hij zich geweldig ontzet, toen de Heer hem zeide: Deze bekentenis, waarop wel Mijne kerk zal staan, ongedeerd van aj het woeden der hel, is niet uw geloof, maar eene genadige openbaring van Mijnen hemelschen Vader. Alles is u gegoven, ook het geloof. Ik zeg u: Gij zijt petrus, maar niet op u, maar op dezen rots jezus Christus, dien gij beleden hebt, zult gij bouwen. Aan u als Apostel, geef Ik, zoo als aan uwe broeders (Joh. XX : 22, 23; Matth. XVI: 19) op aarde de sleutels van het koningrijk der hemelen, namelijk de gaven des Heiligen Geestes ter verkondiging van Mijnen Naam en de bediening der verzoening van de menschen met God (2 Cor. V: 18—21). Zoo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven! Welk onderscheid de Heere tusschen cefas en petrus met zijn hoogmoedig rotsachtig hart cn den rots, waarop Hij Zijne gemeente bouwen wilde, maakte, heeft niemand beter eikend, dan petrus zelf, nadat hij bekeerd was (1 Petri H : 3—9; Hand. IV i 10—12). Men leze wat hij predikt, en wat hij aan de gemeenten schrijft. Toen dacht hij niet meer aan zich zclvcn, maar slechts aan Hem, die hem genade bewezen heeft.

In het woord: Gij zijt petrus, ligt een hard verwijt wegens zijn hard gemoed, dat zich ook terstond meer beslist openbaart. De Heere begon namelijk den jongeren van lieverlede het Messias vooroordeel te ontnemen, en hen over den inhoud der Profeten en den raad Gods omtrent de verlossing der wereld in te lichten. Hij spreekt van zijn lijden en sterven en daar verliest de rots Petrus plotseling alle bedaardheid. Heere! wees u genadig! dit zal u geenszins geschieden! Natuurlijk; want dan is de droom van een eersten staatsdienaar in een wereldrijk in rook vervlogen! De bestraffing des Heeren valt nu op hem! Zijt gij mij slechts daarom gevolgd en volstrekt niet om n Van uwe halslarrigheid en hardigheid uws harten te bekeeren ? Wilt gij eene wereldheerschappij hebben, verlaat mij dan en wordt Satans aanbidder, als gij slechts voor het menschelijke, zondige, en niet voor het Goddelijke vatbaar zijt.

Sluiten