Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat wij of een Engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde buiten hetgeen wij n verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, zoo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt." (Gal. I : 6—9).

Op deze wijze zijn alle reden en schriften van den Apostel paulus vol vermaningen tot getrouwheid en standvastigheid, eu waarschuwingen voor de strikken des Duivels, vooral door zijne werktuigen der duisternis. »Wordt krachtig in den Heer en in de sterkte Zijner magt. Wij hebben den strijd niet tegen vleesch en bloed, maar tegen de overheden, tegen de magten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeu w, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. — Ziet toe, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des Duivels. — Waakt, want de dag des Heeren komt, als een.dief in den nacht! Wanneer zij znllen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf bun overkomen , gelijk de barensnood eene bevruchte vrouw en zij zullen het «eenszins ontvlieden!" Al deze waarschuwingen en aanduidingen in zijne zendbrieven zijn echter slechts wenken, en konden nog vermeerderd worden. Zij verkrijgen echter eerst hare ware verklaring als de Heilige Geest aan de nog overlevende drie Apostelen, het volle licht, over de verborgenheid van den Antichrist geeft. Paulus haast zich dan, om de Christenheid ook het volle licht te geven, en haar de verborgenheid van den Antichrist, zoo als hij het van den Heere ontvangen heeft, mede te deelen.

»Ik heb het van den Heere ontvangen!" Dit is zijne plegtige verzekering, wanneer hij de verborgenheden des Verlossers predikt. Hij beroept zich op mededeelingen, Welke hij in gezigtén, zoo als die aan de drie laatste Apostelen dikwijls te beurt vielen, en waaraan men veel te weinig waarde hecht, ontvangen heeft.

In den tweeden Zendbrief aan de Thessalonicenscn in het tweede hoofdstuk van het eerste tot het twaalfde vers, lezen wij het antwoord op eene vraag, die destijds de gemoederen der jeugdige kerk

Sluiten