Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hieruit wordt echter ook duidelijk, dat de mensch der zonde, die in de raagt des Boozen, aan de verwoesting van het rijk van christus arbeiden, en de Christelijke kerk in de magt van Satan brengen moet, geen enkel mensch van korten levensduur zijn kan. Het moet ook een persoon zijn, die in eene opvolging van menschen, krachtens hun wereldbestuur naar de ongeregtigheid van Satan, de ligtzinnigste menschen verleidt.

Eene hoogstgewigtige vraag is verder deze: Wie is degene, welke de openbaring van den ongeregtige op den tijd, dat de Apostel paulus aan de Thcssaloniccnsen schreef, nog weerhield, terwijl deze niet openlijk kon optreden, vóór dat hij uit het midden weggedaan was geworden. Kunnen wij den persoon vinden, die hier bedoeld is, dan zal het ons ligt zijn, om den Antichrist zeiven te herkennen. Het karakter van den Antichrist moet ons daarbij behulpzaam zijn te vernemen, of de mensch, die zijne openbaring wêerhoudt binnen of buiten de Christenheid te zoeken isfJDaar de Antichrist, wanneer hij openbaar wordt, zich tegen den Heere jezus stelt, zich verheft bovenal wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzoo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zich zeiven vertoonende, dat hij God is; zoo is het duidelijk, dat hij'hét rijk Gods niet zoo als van nero tot julianus van buiten verstoort, maar dat hij in de kerk zelve het zal doen. De persoon, die zijne openbaring ten tijde van den Apostel paulus nog weerhield, moet dus ook binnen de kerk gezocht hébben. Bovendien is het duidelijk, dat de magt die den Antichrist weerhield, eene belangrijke, geestelijke persoonlijkheid moet zijn; gewigtig genoeg, om bij haar heengaan, eene plaats te ruimen, die voor den Antichrist ter ontvouwing zijner magt geschikt scheen. Dat "verder het woord: weggedaan gebruikt wordt, duidt wel aan, dat de persoonlijkheid, die den ongeregtige weerhoudt, niet door een natuurlijken dood, maar op eene gewelddadige wijs zal verwijderd worden; en dat, als zij weggedaan wordt, dit ook een werk des Boozen zijn zal. Maar ten tijde van nero, onder wien paulus aan de Thessalonicensen schreef, leefden nog drie Apostelen: johannes, paulus en

Sluiten