Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liooren roepen: «Bergen valt op ons, heuvelen, bedekt ons; verbergt ons' voor het aangezigt Desgenen, die op den troon zit en voor den toorn des Lams;" denkt men onwillekeurig aan het roepen eens geweldigen, die zijn bloed, lasterende den Nazarener tegenslingert. Maar tegenover deze lastering wordt reeds de zegezang gehoord: «Het Lam, dat geslagt is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid en dankzegging," en de hemel weêrgalmt van den lof der gezaligden. Deze voortgang van het genaderijk heeft echter op aarde het bloed der heiligen gekost. Johannes zag bij het openen van het vijfde zegel de martelaren der eerste kerk, welke meenen, dat met deze groote zege over het Romeinsche Heidendom ook de zege des rijks beslist is. Zij roepen om den oordeelsdag. Maar hun wordt een wit kleed gegeven en zij worden tot lijdzaamheid aangemaand. Zij zijn, dit wordt hun geopenbaard, niet de eenigen, welke om het Evangelie gedood worden,- en Satan heeft nog werktuigen en krachten om vele hunner broeders te dooden, zooals zij. Wij leeren hier twee zaken. Vooreerst, dat de gezaligden niet alwetend zijn, anders is hun roepen onzinnig, en ten andere, dat de moord, hij mag uitgaan van wien hij wil, een werk van Satan en het voortgezette werk zijner boosheid tegen christus is.

In het zevende Hoofdstuk wordt de kerk Gods op aarde gesticht. Het is een tijd van haren snellen wasdom, van hare uitbreiding. Gods woord houdt alles van de aarde af, wat den voortgang der kerk hinderen kan. De uitverkorenen worden verzegeld, en in een bijzonder gezigt wordt johannes de volmaakte kerk des Heeren, niet in honderdvierenveertig duizend uit de twaalf geslachten Israëls verzegelden, maar in vele millioenen uit alle volkeren en tijden voor den troon des Lams vereenigd en volmaakt, getoond. Hunne zaligheid is onuitsprekelijk en het loon hunner getrouwheid groot!

Het is ons doel niet, om de Openbaring te verklaren, maar haren inhoud slechts te doorloopcn, tot dat wij daar komen, waar de aankondiging van den Antichrist ons tot een naauwkeurig onderzoek van den inhoud oproept. Dat de hoofdstukken acht, negen en tien, nieuwe

Sluiten