Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligchaam uit, en ofschoon er verscheidene hoofden zijn, toch beweegt hen allen een hart vol lastering tegen den Heere.

»En het beest, dat ik zag, was eenen pardel gelijk" dus bont gevlekt! »En zijne voeten als eens heers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws." Alzoo eene vereeniging van eigenschappen van wilde, verscheurende dieren. Alle wreedheid van het tijgergeslacht, alle onbeschaamdheid van den beer, alle brullende woede des leeuws. «Voor zijn brullen sidderen alle bewoners des wouds en der woestijn!" «En de draak gaf hem zijne kracht, en rijnen troon, en groote magt." De draak is in den Bijbel altijd het beeld van den Duivel. De zin van het geheel is dus : Johannes zag in zijn gezigt op Patmos, het optreden van den Antichrist, die in stilte, onopgemerkt, als een monster uit de diepte, geboren was. Hij is het gewillige werktuig in dc hand van den Duivel, waardoor hij de heers chappij over de aarde tracht te verkrijgen. Hij had deze zijne magt reeds aan jezus christus zeiven aangeboden (Matth.- IV : 8 en 9), maar was daarbij zeer slecht gevaren. De Antichrist is des te gewilliger daartoe. De Duivel geeft hem zijne kracht, opdat hij even als de Heidensche magten in China en de overige Heidensche wcreldmonarchiën, zoo als wij boven gezien hebben, groote dingen doen kan. Met deze kracht brengt hij de volken onder het juk. Hij geeft hem ook zijnen troon, waarop hij zich neerzet als een God en geeft- voor dat hij God is, laat zich ook'Goddelijke hulde toebrengen, zooals keizer augustus en zijne navolgers deden. Met deze groote magt echter onderdrukt hij-de Christenheid en is er op uit, om het Evangelie te verdelgen. Deze Satanskrachten verheffen zich nu ook weldra tegen christus en rijne jongeren. De Heere zelf is een gevangene des lasteraars. Intusschen ontvangt ook hij eene doodelijke wonde.

«En ik zag (vs. 3 en 4) één van zijne hoofden als tot den dood gewond; cn zijne doodelijke wonde werd genezen, en de geheele aarde verwonderde zich achter het beest, en zij aanbaden den draak, die hc beest magt gegeven had, en zij1aanbaden het beest , zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg' voeren tegen hetzelve?"

Jezus christus, onze Heer en Heiland, is reeds door de zangers Zijns

Sluiten