Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgestort, en wij hebben noodig lijdzaamheid en geloof te oefenen. Wij zijn er verre van af om bet volgende te willen verklaren. Of de verschrikkelijke gebeurtenissen van 1854 tot heden, het begin der persing is, waarvan hel slot van het veertiende Hoofdstuk spreekt: Wie kan dit reeds beweren? Maar dat de Heere ten oordeele zit, mogen alle geloovigen aannemen. Wij zullen niet dwalen , als wij het lied der uitverkorenen in het vijftiende Hoofdstuk aanheffen ; niet dwalen, als wij, in plaats van ons over te geven aan zware bezorgdheid, omtrent hetgeen er op aarde geschiedt, naar het teeken in den hemel opzien. De Heere heeft het ons immers geboden en gezegd: »Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zoo ziet omhoog, en heft uwe hoofden opwaarts, omdat uwe verlossing nabij hv"

Het zestiende Hoofdstuk bevat het uitgieten van den toorn Gods over de zondige aarde. Die, welke het eeuwig Evangelie niet hooren, maar het beest aanbidden, worden geoordeeld. Vorsten en volkeren ondervinden te midden hunner hoerenpraal, de gevolgen der Godverlatenheid. De bezoekingen in den laatsten tijd zullen echter niet zoo als in vroegere tijden velen bekeeren. Zij lasteren God cn verharden zich in hunne werken.. (Openb. XVI : 11).

De schildering der groote hoere, welke in den tijd der laatste plagen door het uitgieten-der fiolen, tot de hoogste heerlijkheid en pracht komt, is in. bet zeventiende Hoofdstuk tc lezen. Hier is veel geheimzinnigs en voor ons nog niet te doorvorschen ; alleen de gestalten blijven dezelfde. De draak, bet eerste en het tweede beest, dus de Antichrist en de valsche profeet en de groote hoere. Zij reikt aan grooten en kleinen haren bedwelmenden beker, waaruit zij dronken wordem Onreinigheid is de bedwelmende drank ; maar hij wordt in goud, edelgesteente en kunst, purper, en glans toegereikt. Daarbij gaat het bont door elkander. Alle booze magten zijn verbonden en haten en-bedriegen elkander. Maar in den krijgtegen het Lam zijn zij' het eens. Zij worden overwonnen, en maken nu de hoere zelve naakt. Onder dit helsche gewoel worden de woorden Gods voleindigd'. (Openb. XVII I 17).

Sluiten