Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder ontkennende, en ook daar weder in verschillende tijden onderscheiden. De invloed van den Bijhei, beslissend op de menschheid, blijft' iu alle tijden1 en bij alle volken en personen altoos en eeuwig dezelfde.

Er is niets dat er zoo bont en verward uitziet, dan de wereldgeschiedenis in het algemeen, evenzoo alles wat onder de benaming van geschiedenis, in welk eene phase ook, die het duizendvlakkigc kristal des menschelijken geestes aanbiedt, voorkomt. In elke dezer phasen echter, doet zich eindelijk de goddelijke openbaring van den Bijbel gelden, cn iu weerwil van alle tegenkanting der tegenpartij, bedwingt zij alles en wordt de maatstaf van al het doen en laten.

De tegenpartij uitgaande van eene magt, die zich met de magt, welke in den Bijbel zich levendig en krachtig doet gevoelen, tracht gelijk te stellen, delft sedert zesduizend jaren altijd en te allen tijde het onderspit Geen trotschheid, geen kracht, geen glans, die zij ontvangt, geene kunst, waarmede zij verblindt, beschut haar voor den val. Hoe dikwijls hij het hoofd weder opsteekt, zijne gedaante verwisselt, zijne roengvuldigheid in uiterlijke verschijnselen uitlokt, en de menschheid verleidende ontvouwt; alles valt, en de magt van bet Bijbelwoord plant bare banier, wet of kruis te allen 'tijde op de puinhoopen!

Een volk of staat mag verborgen, magtig, door duizendjarige wetten en gebruiken zamen gehouden en tegen den geest van den Bijbel beschut schijnen; eindelijk wordt hij bereikt, door deze magt aangeraakt, cn deze aanraking is doodend en verpletterend.

Daarenboven wordt deze geest van den Bijbel, of de Heilige Geest, die in den Bijbel spreekt, trots de vijandschap der wereld en de verborgene krachten der tegenpartij, nooit overwonnen. Hij gaat rustig zijnen gang door den tijd, bereikt altijd zijn doel, en de schijnbare zege, welke de tegenstanders meenen te behalen, is slechts eene zelfmisleiding, die hen zelfs aan den dood en de ontbinding overgeeft.

De aarde is van het eene einde tot het andere met de puinhoopen overdekt, welke Van de heerlijkheid dér wereld getuigen, die vooj

Sluiten