Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne plannen. Ongelukkig rekent hij , die op menschelijke dwaasheid rekent, altijd goed! Arme, arme menschheid!

Maar nu vermaant jezus christus, zoowel als de Apestelen en Profeten de Christenen te allen tijde bereid te zijn. Wij worden zoo dikwijls gewezen op den uitlogt der kinderen Israëls uit Egypte. Zij moeten gegord, den staf in de hand, staande, en tot den uittogt gereed, het offerlam eten. Te middernacht kwam het bevel, en zij togen nit. Zoo moet ook de Christen zich niet in de wereld verstrikken, alsof hij altijd hier zal blijven ; maar > waakt dan te allen tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen, die geschieden zullen, en te (taan voor den Zoon des menschen. Als een valstrik zal de Heere komen voor allen, die op de aarde wonen. Als een dief in den nacht, zal Hij hen overvallen. Hij zal komen, wanneer het de menschen niet meenen. Zalig is de dienstknecht, dien de Heere wakende zal vinden."

Aan deze en alle andere vermaningen geloofden wij de vrienden des Heeren en diegenen , welke Zijne verschijning verbeiden, te moeten herinneren in eenen tijd, waarin zooveel ons aanleiding geeft, om onze hoofden op te heffen, dewijl onze verlossing nabij is. Maar ook de zorgeloozen, die de verschijning des Heeren in eene tweede' toekomst nog verre stellen , wilden wij waarschuwen. Eindelijk diegenen, welke verstrikt in vreemde ketens, de zorg voor hnnne zielen tegen het bevel des Heeren geheel verwaarloozen, of ligtzinnig anderen toevertrouwen, wilden wij op dc bedreigingen van jezus opmerkzaam maken, en als de Engelen aan lot die in Sodom verwijlde, toeroepen: «Haast u om uws levens wil!"

Zijn ons de tijden of gelegenheden verborgen, zoo hebben ons toch de Heere jezus zoowel als Zijne Apostelen, dringend, ernstig, gestreng, waarschuwend en dreigend bevolen, op de tseëkenen der tijden en op het profetisch woord acht te geven ^iMaimeer gij 'dit en dat zult beleven; wanneer de ongeregtigheid, verdrukking, verzoeking zoo als zij nooit geweest zijn, de overhand zullen nemén,'tfa n zal Ik verschijnen.

Sluiten