Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEEKIEZINGr.

Voorz. Ps. LXV : 2.

VOORAFSPRAAK.

De Heer heeft alles geschapen om zijns zelfs wil. Eene waarheid, M. H! welke ons op vele en menigvuldige plaatsen van Gods onfeilbaar Woord wordt gepredikt. — Hij wil door het werk zijner handen geëerd, geprezen, verheerlijkt worden, en Hij is het ook waardig, dat alles in den hemel en op de aarde tot dat groote, Hem welbehagelijk, doel te zamenstemt. — Alles doet het dan ook op zijne wijze. Wij hebben slechts ons oog omhoog te heffen, en daar is hetr De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen. De dag aan den dag stort overvloediglijk sprake uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. — Wij hebben ons oog slechts te vestigen op de redelooze wezens, die ons omgeven : het viervoetige en kruipende gedierte des velds, de vogelen in de lucht vliegende, de visschen, dwarrelende door het water, en allen stemmen te zaraen tol lof van hunnen Schepper.

Maar onder al die duizenden en duizenden van geschapene wezens moest de redelijke en met rede begaafde mensch in die verheerlijking van zijnen God uitmunten. Immers welk een geschikt voorwerp was hij er voorar toe, als men bedenkt wat de Heer hem boven al het andere heeft toegedeeld; niet maar met de overige schepselen genomen uit de aarde, maar hem geschapen met eene redelijke, onsterfelijke ziel; hem toegerust met al die vermogens, waardoor hij Hem, zijnen Formeerder, regt

12 e Jaar. No, 2. 2

Sluiten