Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft willen hekend maken, zoo verre als het nuttig en noodig en tot vertroosting en bemoediging is voor den geloövige, onder alle omstandigheden des levens. Op onderscheidene plaatsen in de H. Schrift wordt hetzelve duidelijk en ontegenzeggelijk geleerd; niet alleen in het te voren aangehaalde vers van den Apostel aan de Christenen van Rome, maar ook in de woorden, die wij als onzen tekst ons ter behandeling hebben voorgesteld. En wij behoeve» dezelve slechts even te lezen, of wij zien ons als van zelve drie zaken door den Apostel voorgesteld, waarbij wij lot de. regie waardeering en in het lichtstelling van dit leerstuk kortelijk vertoeven; namelijk: a. het werk, b. de grond, c. het doel der genadige verkiezing Gods.—

A. Wat het werk der verkiezing zelve betreft, drukt paulus in vs. 4a, 5a aldus uit: Gelijk Hij ons heeft uitverkoren in Hem, vóór de grondlegging der wereld. Die ons te voren verordineerd heeft lot aanneming tot kinderen. Het is waar, wanneer wij menschen in hetdagelijksch leven van verkiezen of uitkiezen «preken, dan hebben wij daarmede op het oog, uit twee of meerdere voorwerpen, hetgeen ons naar ons oordeel het beste toeschijnt, te nemen , het boven het andere te stellen, of als 't op personen betrekking heeft, den eenen boven den anderen te bevoordeelen. Verkeerd zouden wij handelen, zoo wij dit ■woord uit het dagelijksch leven op de handelingen Gods met zijne menschenkinderen wilden toepassen. Neen! het behoort door ons Godewaardig te worden opgevat. — Onder de menschen kan het wel eens plaats hebben, en gebeurt het niet zelden, dat de een wordt voorgetrokken tot nadeel van den anderen. Zoo is het bij Hem niet, die regtvaardig is in zijn oordeelen en rein in zijn rigten; wordt dit werk of die daad, waarover wij thans spreken, aan den Heer toegekend, Hij heeft het niet gedaan om eenige meerdere geschiktheid of voortreffelijkheid, die Hij in den eenen boven den anderen zou hebben gezien, ook niet lot nadeel van den anderen, zoo als wij vervolgens wenschen aan te toonen; maar alleen naar zijn vrijmaglig welbehagen, zoodat wij , daarop ziende, zeggen: het was zijn eeuwige en onveranderlijke wil, waardoor het Hem behaagde uit het diep gevallen en in adam verloren menschengeslacht, hetwelk Hij regtmatig en regtvaardig aan zichzelven had kunnen overlaten, en waarop Hij de

Sluiten