Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedreiging der overtreding zijner heilige wet had kunnen in toepassing brengen, naar den rijkdom zijner genade nog eenige bepaalde personen in ontferming te willen aaftzien, en ze in den Zoon zijner liefde over te brengen, tot verkrijging van, en in bezitstelling der door christüs verworvene en te weeg gebragte zaligheid.

Dat er waarlijk zoodanig eene verkiezing van Gods zijde bestaat, is ongetwijfeld; voor ons kortzigtig en door de zonde bedorven verstand moge het wel niet te doorgronden zijn, en daarom, door velen, die van niets anders willen weten dan hetgeen zij door hunne rede kunnen begrijpen, stout weg worden verworpen; maar als men onbevooroordeeld te rug ziet op 's Heeren bandelingen onder den dag van het O. V., vindt men ze daarin dan niet reeds duidelijk bevestigd ? Of was het niet abraham , van wien staat opgeteekend, dat Jehova hem heeft uilgekozen «p een' tijd , dat de zonde onder het menschdom zeer vermenigvuldigd was, om in hem en zijn nageslacht de kennis en dienst van Hem, den Eeuwige en Waarachtige, te bewaren? Of was niel het Israëlitische volk het volk van 's Heeren bijzonder eigendom , door Hem bemind en bevoorregt boven alle volken der aarde? Hetzelfde wat van Israël wordt getuigd, brengt de Apostel petrus van toepassing op de Christenen van Azië, als hij hen, 1 Petr. II : 9a noemt: Een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heftig volk, een verkregen volk. Ja, alle Apostelen spreken alzoo, als zij aan het hoofd hunner brieven de ware en opregte geloovigen in christüs , uitverkorenen, geliefden, beminden noemen; uitverkorenen naar de voorkennis Gods des Vaders, in heiligmaking des Geesles, tot gehoorzaamheid en hesprenging des bloeds van jezus christüs, (1 Petr. 1: 2.)

En nu de Heere deze waarheid in zijn eigen Woord ons heeft willen laten bekend maken, (want had Hij het niet gedaan, wij zouden dezelve met ons kortzigtig verstand niet hebben kunnen uitdenken, evenmin als wij immer den weg zouden hebben kunnen vinden om zalig te worden, zoo Hij hem niet in christüs zelve had willen openen en ons laten verkonden,) nu, zeggen wij, nu de Heer deze waarheid in zijn dierbaar Woord ons heeft bekend gemaakt, dat het een leerstuk is, volkomen in overeenstemming met de heerlijke deugden en eigenschappen Gods; het is geheel en al gegrond op zijue alwetendheid; Gode

Sluiten